Borkel en Schaft

Dorpsstraat 55, 5556 VL Valkenswaard - TELEFOON: 040 - 2068342

Borkel en Schaft
Borkel en Schaft

De geschiedenis van Borkel en Schaft

In het Cijnsboek van de Hertog van Brabant werd in 1300 al melding gemaakt van Borkel. 100 jaar later werd Schaft hierin vermeld.

De naam Borkel is hoogstwaarschijnlijk ontstaan van de Germaanse woorden “Burgon”en Lauha””, wat berk en bos op hoge zandgronden betekent.  Schaft zou van het Oud Germaanse woord “Scaeft” komen, wat weer van streng of staak komt. Welke ook weer duiden op hooiland.

Uit de gegevens blijkt dat het riviertje de Dommel toen al ’n grens aanduiding was.(1300)  Nu nog doet dit riviertje ons dorp in tweeën delen.

In Borkel was ’n kapel op de plaats waar nu nog “De Kapel” is, de Antoniuskapel. Deze behoorde bij de parochie Bergeijk.
De Schaftse kapel was gewijd aan Petrus Banden en hoorde bij Waalre en later bij Valkenswaard. De overleden inwoners mochten wel bij deze kapellen begraven worden.

  • In 1845 is er gezamenlijk ’n nieuwe kerk gebouwd in Borkel. De St.Servatiuskerk.
  • In 1810 werden Borkel en Schaft een gemeente met ’n eigen burgemeester. Dit heeft tot 1934 geduurd en toen zijn ze bij de gemeente Valkenswaard gekomen.
  • In 1818 werd ons wapen toegekend. ’n Schild van lazuur met ’n ploeg van goud. Dit wapen wordt tot op de dag van vandaag nog gebruikt.

Hoe zijn we verbonden met de Teuten?
Voor 1900 waren er rondtrekkende handelaren. Ook op de Schaft woonden enkele van deze mensen. Ze hadden naast hun boerderijtje nog ’n andere bron van inkomsten. Deze handelaren werden Teuten genoemd.

Ze trokken weg uit Borkel en Schaft met hun handelswaar om dit aan de man/vrouw te brengen. Na enige tijd kwamen ze dan terug naar de thuisbasis al of niet met een rijk gevulde geldbuidel. Zij behoorden tot de rijkere dorpsgenoten en kochten voor hun geld, boerderijen en gronden. Ook de kerken werden bedacht. Als zij terug kwamen was er de teutenkermis op de Schaft.
Zo waren er koperteuten die repareerden en nieuw koperwaar verkochten. Haarteuten waren ook zeer bekend. Zij gingen de boerderijen af en kochten de lange haren van de vrouwen en meisjes. Deze verkochten ze dan weer aan de pruikenmakers.
Van hier is bekend dat er lakenteuten waren. Zij verkochten stof en textiel. Ook waren er de snijders ofwel castreerders die rondtrokken.

Zo is ons dorpje toch wel verbonden met de teuten.
Wij denken bij  “Teut” meer aan gezegde “D’n dieje is ’n bietje teut”. (teveel gedronken)